Groene druppelastrilden (Mandingoa nitidula)

|
Grootte |
10 tot 11 cm |
|
|
|
|
Verspreiding |
Afrika, Zaire tot Sierra Leone |
|
|
|
|
Eigenschappen |
Het zijn zeer vreedzame vogeltjes, die zowel in een voliere |
|
|
als in een zeer ruime binnenkooi gehouden kunnen worden. |
|
|
De mannetjes zingen en zijn veel kleurrijker als de vrouwtjes. |
|
|
Zelfs tegen de schemering zijn deze vogeltjes nog vrij |
|
|
levendig en actief. |
|
|
|
|
Voedsel |
Als basis kiest men voor een tropische zaadmengeling, |
|
|
aangevuld met trosgierst, onkruidzaad en eventueel |
|
|
gekiemd zaad. Daarnaast geeft men de vogel eivoer, |
|
|
levende en gedroogde insekten terwijl het maagkiezel en |
|
|
de grit niet mogen ontbreken. |